De gedeelde werkelijkheid: gemeenschapszin in Passengers (2016)

Stel dat je wordt veroordeeld om de rest van je leven door te brengen in eenzaamheid. Je wordt van alle gemakken voorzien: luxe suite met kingsize bed, restaurant, sportschool en zelfs een bar. Je mag enkel en alleen geen enkel contact meer kan hebben met anderen. Akelig? Stel dan nu dat je de kans wordt gegeven om de man of vrouw van uw dromen met je mee te nemen. Dat klinkt al beter. Het addertje: kies je hiervoor, dan beslis je ook over het noodlot van je partner.

Het precies deze keuze waarvoor mechanicus Jim Preston zich gesteld ziet in de sci-fi film Passengers (hoofdrol voor Chris Pratt, geregisseerd door Morten Tyldum, geschreven door Jon Spaihts). Nadat zijn slaapcapsule een storing ondervindt, wordt Jim per ongeluk gewekt uit een ‘hyperslaap’ die zijn lichaam gezond en jong had moeten houden tijdens een 90-jarige ruimtereis op weg naar een andere planeet. Omdat er geen enkele manier is waarop hij weer in hyperslaap gebracht kan worden, ziet Jim zich genoodzaakt zijn dagen te slijten op het luxe ruimteschip met als enige gezelschap Arthur, een robotische barman die geprogrammeerd is om over koetjes en kalfjes te kletsen (een aardige rol van Michael Sheen). Jim houdt het op deze manier één jaar vol, tot hij op een dag stuit op de capsule van schrijfster Aurora Lane (gespeeld door Jennifer Lawrence) en betoverd raakt door haar schoonheid. Jim bekijkt al haar interviews en leest haar boeken, totdat hij uiteindelijk de aandrang niet kan weerstaan om haar te wekken.

“Hoezo stalker? Het is ware liefde!”

De film heeft een aantal tekortkomingen: het script is wat simplistisch, het acteerwerk voelt af en toe gemakzuchtig en in het algemeen blijft de film angstvallig aan de oppervlakte. Maar als het u lukt om voorbij deze tekortkomingen te kijken, dan blijft Passengers een relevante film op meerdere manieren. We leven tenslotte in een tijd waarin we ouderen misschien gaan opzadelen met een zorgrobot omdat een verpleger of sociaal werker kennelijk te duur is geworden.

Wat de film laat zien is het belang van contact met andere levende wezens. Men kan in de film een aantal hints vinden die aangeven hoe belangrijk anderen zijn voor onze capaciteit om te oordelen over de wereld en daarmee voor ons primaire gevoel van realiteit. Volgens de filosoof Immanuel Kant maken we de realiteit behapbaar door erover te oordelen. In simpele gevallen oordelen we subjectief, zo vinden we bijv. voedsel lekker of vies. Maar daarnaast geven we betekenis aan de wereld door ook objectieve oordelen te vellen, dat wil zeggen: we vellen oordelen die niet enkel van toepassing zijn op de manier waarop wij zelf waarnemen, maar die ook gelden voor anderen. Als ik bijv. zeg dat zorgrobots problematisch zijn, dan moet ik u kunnen overtuigen: zelfs degene die niets te maken heeft met zorgrobots, moet kunnen inzien dat er iets fout zit met een scenario waarin we eenzame ouderen laten communiceren met een hakkelende computer in plaats van een mens. Maar hoe doen we dat, objectief oordelen? Kant zegt dat we daarvoor gebruik moeten maken van onze ‘gemeenschapszin’ (sensus communis), onze capaciteit om onze oordelen te toetsen aan wat anderen erover denken. Dat klinkt nogal abstract, maar een voorbeeld uit de film zal veel verhelderen.

Aan het begin van de film, zodra Jim heeft vastgesteld dat hij te vroeg is wakker geworden en alleen op het ruimteschip is, ontmoet hij Arthur, de barman-robot die de sores van zijn klanten aanhoort en hen, waar nodig, van advies voorziet. Op dit punt in de film kunnen we ons afvragen of Jim daadwerkelijk een probleem heeft: een luxeleventjes op een supersonisch ruimteschip en een gezellige robot die immer tijd heeft voor een praatje. Het probleem wordt duidelijk wanneer Jim zijn situatie uitlegt aan Arthur:

Jim: “I woke up early…”
Arthur: “Can’t happen.”
J: “How long until we get to our destination?”
A: “About 90 years, or so…”
J: “… And when are all the passengers supposed to wake up?”
A: “Not until the last 4 months.”
J: “How is it that I’m sitting here with you, with 90 years to go?”
A: [schudt zijn hoofd terwijl hij de informatie verwerkt, dan oordeelt hij doodleuk:] “It’s not possible for you to be here.”

Wij, als mensen, doorzien gemakkelijk wat er fout gaat: Arthur kan zijn oordeel niet kan aanpassen zodra hij geconfronteerd wordt met een werkelijkheid die niet strookt met zijn overtuigingen, sterker nog, hij ziet deze werkelijkheid niet eens. Dat is precies wat mensen van robots onderscheidt, maar dat is ook precies waarom mensen zo cruciaal afhankelijk zijn van elkaar. Alleen omdat we ons genoodzaakt zien objectief te oordelen, komen we erachter dat er zoiets is als een werkelijkheid die niet overeen hoeft te komen met onze subjectieve overtuigingen. Pak die mogelijkheid van ons af en we worden gereduceerd tot wezens die enkel in relatie tot zichzelf kunnen oordelen. Uiteindelijk wordt daarmee ons gevoel voor een onafhankelijke werkelijkheid aangetast. Met dat in het achterhoofd, vraag jezelf opnieuw: zou je er echt voor kiezen om in luxe eenzaamheid te leven?

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s